connect  ·  dare  ·  grow

Pulsar 2025 : the new star in channel planning

5 December 2025

Dit najaar heeft Space andermaal de Pulsar-studie geactualiseerd, waarmee de ‘connection planners’ van Space hun aanbevelingen voor communicatiestrategieën kunnen bouwen en optimaliseren. Deze nieuwe editie bouwt verder op de geslaagde ontwikkelingen van de tool, optimaliseert daarbij ook bepaalde aspecten en introduceert een extra mogelijkheid voor targeting in combinatie met de capaciteit om beslissingsnemers te identificeren in een reeks product- en dienstensectoren.

Pulsar 2025 in het kort:

  • Continuïteit: Een groot deel van de elementen die de rijkdom van de voorgaande edities van deze studie uitmaakten, zijn behouden: de evaluatie van contactpunten ten opzichte van verschillende communicatietaken en tools voor fijnmazige consumentenkennis.
  • Touchpoints : De lijst telt momenteel 32 contactpunten en onderging enkele aanpassingen, waaronder de introductie van chatbots als contactpunten.
  • De consument: Zoals voorheen kan de consument op verschillende manieren worden geanalyseerd: via klassieke sociaal demografische gegevens, beslissingscriteria voor aankopen, of betrokkenheid bij aankoopbeslissingen in niet minder dan 32 productsectoren..
  • Connect to convert": De module voor het evalueren van de scenario’s voor de allocatie van budgetten per communicatiekanaal stelt adverteerders in staat inzicht te krijgen in de voorspellingen van de effectiviteit van hun campagnes.

    Deze dynamische module kan zich aanpassen aan externe gegevens uit enquêtes of monitoringtools.

Aan de basis van Pulsar

De nieuwe Pulsar-studie, de vierde in de reeks en exclusief voor Space, werd online uitgevoerd door het Instituut AQRate. Tussen 18/06 en 07/07/2025 beantwoordden 4.049 individuen van 18 tot 70 jaar, representatief voor deze populatie in België, een vragenlijst in het Nederlands of Frans. De gemiddelde duur van het (zelf ingevulde) interview bedroeg 11 minuten en 32 seconden.

De geïnteresseerde experts zullen opmerken dat de "sample efficiency" 89% bedraagt (wetende dat de steekproef gebaseerd is op een "access panel", ofwel een vooraf geworven basis).

Het algemene schema van de studie wordt hiernaast weergegeven:

"Devices" (Apparaten): Het eerste deel betrof de gebruiksfrequentie van 4 apparaten voor mediaconsumptie: de computer (vast of laptop), de smartphone, de tablet en de geconnecteerde TV.

Contactpunten: Er kwamen 32 contactpunten aan bod die merken kunnen gebruiken om de consument te bereiken:

  • (Subjectieve) blootstellingsfrequentie aan 32 contactpunten volgens een raster van "dagelijks" tot "nooit of bijna nooit".
  • Voor digitale contactpunten die effectief door de respondent worden gebruikt, werd een vraag gesteld over het apparaat dat het meest wordt gebruikt om er toegang toe te krijgen.
Evaluatie: Voor contactpunten met een frequentie van een maal per maand of vaker, werden willekeurig 3 vragen gesteld over het vermogen van het kanaal om:
  • Aandacht of interesse te wekken.
  • De mening over het product of de dienst positief te beïnvloeden ("engagement").
  • Een reactie uit te lokken (informatie zoeken, gesprekken over het merk, bezoek aan verkooppunt of website) oftewel "activatie".

Dit levert een robuuste sub-steekproef op van ± 1.222 individuen per kanaal.

Sectoren: Elke respondent kreeg een lijst van 32 categorieën (producten en diensten) en moest aangeven of hij/zij hoofdbeslisser, medebeslisser, niet-beslissende gebruiker of niet-betrokken was.

Consumptiekenmerken: Daarna werd in de vragenlijst de focus verlegd naar de hulpmiddelen bij aankoopbeslissingen. Uit een lijst van 11 proposities (van mening van naasten tot prijsvergelijkingssites) konden geïnterviewden aangeven of dit een zekere referentie was of niet.

Attitudes: Een klein deel van de vragenlijst peilde naar de attitudes en percepties ten aanzien van reclameboodschappen. De opties waren:

  • Ik ben aandachtig voor reclame en deel/bespreek wat mij interesseert.
  • Reclame stoort me niet, maar ik let er niet veel op.
  • Ik let alleen op gepersonaliseerde reclame of reclame voor een geplande aankoop.
  • Ik probeer oninteressante reclame zoveel mogelijk te vermijden.
  • Ik voel me overspoeld en probeer blootstelling met alle middelen te vermijden.

De exploitatiemogelijkheden van de gegevens in verband met de contactpunten zijn zeer breed: elk bevolkingssegment kan als doelgroep worden gedefinieerd, ongeacht of dit op basis is van sociaaldemografie, (bijvoorbeeld: leeftijd, beroepsactiviteit, samenstelling van het gezin) consumptiegedrag of attitude t.o.v. reclame en zelfs door een combinatie van deze criteria.

Toegangspunten en contactpunten

Voor de connecties met tot de digitale wereld is de smartphone zonder verrassing de bevoorrechte toegangspoort, hoewel de computer nog goed standhoudt. Andere toegangsmethoden hebben een bescheidener penetratie en vooral een lagere gebruiksfrequentie.

Qua profiel (gebaseerd op wekelijks gebruik) is de geconnecteerde TV – ondanks lage penetratie – het apparaat met de grootste demografische variaties. Leeftijd en sociaal professionele status zijn hierbij bepalend.

Pulsar peilt ook naar het belangrijkste apparaat voor toegang tot digitale kanalen.

De hierbij weergegeven resultaten bevestigen de dominantie van PC en telefoon en een veel minder intens gebruik van de twee andere apparaten. Let wel: "belangrijkste" betekent niet "unieke". Deze gegevens houden geen rekening met de gebruiksduur.

Men kan in Pulsar de gemiddelde penetratie van de afzonderlijke kanalen of een selectie van contactpunten afzetten tegen hun vermogen om actie te genereren bij de respondenten. In de onderstaande grafiek worden de 32 contactpunten getoond op basis van hun capaciteit om een grote proportie van de geviseerde doelgroepen te bereiken (horizontale as) en hun relevantie, gemeten op basis van de gemiddelde scores, voor activatie (verticale as). De ideale zone bevindt zich rechtsboven (grote slagkracht én effect), maar alle kanalen (links) boven in de grafiek kunnen selectieve aanvullingen zijn om de drempels te overwinnen en zo een rol spelen om doelgroepen in beweging te zetten, zelfs zonder een breed bereik.

De verhouding tussen twee andere criteria wordt hiernaast in een assenstelsel weergegeven, uitgedrukt in relatieve waarden ten opzichte van het gemiddelde van de betreffende doelgroep: het vermogen van de contactpunten om aandacht te wekken voor merken in combinatie met hun neiging om concrete acties uit te lokken.

De afstand tot de diagonaal toont of een kanaal meer neigt naar het versterken van merkbekendheid of naar activatie.

Gemodelleerde efficiëntie

De mogelijkheden van Pulsar strekken nog verder. Zo kan men op basis van een doelgroep:

  • Een aantal contactpunten selecteren
  • Deze in een evaluatiemodule te plaatsen om hun potentiële bijdrage in het plan te berekenen
  • Deze module bevat de mogelijkheden om:
    • Per contactpunt een investeringsscenario toe te wijzen en de prestaties in netto contacten te schatten.
    • De waarschijnlijke impact te bepalen, rekening houdend voor de geselecteerde touchpoints met gemiddelde indicatoren in verband met aandacht of andere gegevens uit externe databronnen.

Onderstaande grafiek toont het resultaat van zulke procedure: om een doelstelling van hogere naambekendheid te bereiken bij een publiek van besluitvormers op het gebied van internet/televisie/telecom aanbieders, werd een scenario opgesteld dat 5 contactpunten combineert, waaronder reclame op de dragers van dagbladen, op televisie, in video op sociale netwerken en in andere digitale kanalen, evenals de aankoop van trefwoorden.

Dit basisscenario is vervolgens onderworpen aan opeenvolgende terugtrekkingen van elk van de geselecteerde contactpunten om zo de effectieve bijdrage van elk contactpunt te identificeren. In termen van contactkansen blijken televisie en de dagbladen de meeste exclusieve contacten te genereren, gevolgd door online video. In termen van potentiële impact zijn televisie en de dagbladen eveneens in gelijke mate het meest exclusief.

Nog steeds gebruikmakend van dezelfde basis, kunnen we ook, zoals hierbij getoond, de bijdrage van de verschillende soorten off- vs. online kanalen identificeren door afwisselend het ene en dan het andere kanaal te elimineren en het resultaat te vergelijken met het basisscenario.

Hieruit blijkt dat het verwijderen van traditionele kanalen de contactkansen vermindert (-19% vergeleken met het basisscenario) maar vooral de impact van de campagne (-47%) als gevolg van de verminderde reclame-aandacht.

De weg naar aankoopbeslissingen

Het deel van het onderzoek naar consumentengedrag van Pulsar bevat een benadering van de factoren die aankoopbeslissingen beïnvloeden. Hiervoor werd in de vragenlijst gevraagd: “In welke mate kunnen de volgende factoren uw aankoopbeslissingen beïnvloeden?” voor in totaal 11 verschillende bronnen of overwegingen. In de meest recente resultaten stond “vertrouwen in bekende merken” net voor promoties en “productkwaliteit”, gevolgd door merkreputatie.

We kunnen dus aannemen dat een promotie zeker beter zal werken voor een product of merk dat als kwalitatief wordt ervaren. Een ander opvallend kenmerk is dat de objectivering of rationalisering die bijvoorbeeld te vinden is in prijsvergelijkingen, redactionele artikelen in de media of consumentenreviews minder vaak wordt genoemd. Net als in de vorige editie van onze studie speelt subjectiviteit een rol: ofwel de persoonlijke mening ofwel de onmiddellijke bevrediging van promoties krijgen voorrang op rationelere overwegingen.

De verschillen tussen bevolkingssegmenten zijn over het algemeen niet erg uitgesproken: de meest genoemde stimuli zijn ook relatief consensueel, in de zin dat ze worden gewaardeerd ongeacht de leeftijd of sociale status van de respondent.

Aan de andere kant zijn er meer uiteenlopende beoordelingen van elementen zoals consumentenreviews, gezamenlijke aanbiedingen en rijsvergelijkingssites.

De affiniteit tussen beslissingsondersteunende bronnen en sociaal demografische kenmerken kan worden samengevat aan de hand van onderstaande assenstelsel. De grafiek is opgebouwd rond leeftijd (horizontale as) en sociaal-professionele status (verticale as) en toont aan dat mensen met een hoog opleidingsniveau de voorkeur geven aan rationele input: consumententests of meningen, of vriendelijke input van vrienden en familie.
Nederlandstaligen geven eerder de voorkeur aan concrete voordelen.

Het zal geen verbazing wekken dat respondenten uit minder welvarende sociaal professionele groepen de voorkeur geven aan ‘prijsaspecten’, in de vorm van promoties of kortingen, evenals internetbronnen die hen toegang geven tot de beste deals. Vertrouwen in merken en productkwaliteit is verhoudingsgewijs populairder bij oudere consumenten.

Reclame: tegenstanders, fans en (veel) onverschilligen

De laatste vraag in de Pulsar 2025-enquête belangt de hele reclamesector aan, want ze betreft de algemene houding van de bevolking ten opzichte van reclameboodschappen.

In tegenstelling tot wat je zou denken, is reclamefobie niet de meest voorkomende reactie, hoewel het nog steeds bijna één op de vier respondenten betreft.
De meest voorkomende reactie (26% van de antwoorden) is instemmen met de volgende stelling: “Reclameboodschappen storen me niet, maar ik besteed er niet veel aandacht aan”, met andere woorden, relatieve onverschilligheid. Deze houding wordt vrij breed gedeeld. De gedeclareerde aandacht voor reclame komt vaker voor bij de jongere generaties, mensen die in gezinnen met kinderen wonen en mensen met een lager opleidingsniveau.

De andere attitudes ten aanzien van reclame zijn meer verspreid, hoewel we bijvoorbeeld een grotere mate van reclameweigering zien bij senioren.

Het is ook perfect mogelijk om de gedeclareerde houding ten opzichte van reclame te gebruiken om de contactpunten te karakteriseren. Dit wordt weergegeven in onderstaande grafiek. Hieruit blijkt ondubbelzinnig dat er geen specifiek kanaal is om de "avoiders" (mensen die reclame vermijden) te bereiken.

Publiek van sommige kanalen zoals bioscoop of evenementen is receptiever maar dit zijn beperkte doelgroepen. Bovendien is er een sterke negatieve correlatie tussen het bereik van een touchpoint en (verklaarde) aandacht voor reclame.
Er is een sterke negatieve correlatie tussen het bereik van een touchpoint en de (verklaarde) aandacht voor reclame.

Als we het onderzoeksluik over reclame combineren met de vraag over aankoopbeslissingen (waarvan de formulering luidt: “In welke mate kunnen de volgende elementen uw aankoopbeslissingen beïnvloeden?”), kunnen we een brug slaan tussen de twee benaderingen.

We kunnen zien dat respondenten die zeggen reclame systematisch te vermijden, over het algemeen het minst ontvankelijk zijn voor stimuli van buitenaf. Ze zijn het minst ontvankelijk voor de mening van andere consumenten of voor prijsvergelijkingssites, maar zelfs hun eigen persoonlijke kompas “vertrouwen in de merken die ik consumeer of gebruik” is voor hen minder doorslaggevend dan voor andere respondenten. Aan de andere kant van het spectrum zijn mensen die zeggen aandacht te hebben voor reclameboodschappen ook verhoudingsgewijs ontvankelijker voor elke invloed, extern of persoonlijk, zoals hun eigen mening over merken.

Verfijnde targeting per marktsegment

Tot slot brengt Pulsar de betrokkenheid bij aankoopbeslissingen in kaart voor de volgende categorieën:

  • Geneesmiddelen en voedingssupplementen (zonder voorschrift)
  • Schoonmaak- en onderhoudsproducten
  • Afwasproducten
  • Hygiëneproducten
  • Verzorgingsproducten of voeding voor baby's
  • Energieleveranciers
  • Huishoudelijke schoonmaakaccessoires (type Vileda of Swiffer)
  • Telecom- en multimedia-apparatuur
  • Internet/TV/Telecom-providers
  • Bank- en verzekeringsdiensten
  • Sportscholen
  • Mineraalwater
  • Huishoudelijke apparaten (witgoed/elektro)
  • Haarproducten
  • Koekjes en snacks
  • Parfumerie
  • Chocolade en zoetwaren
  • Fastfood
  • Kant-en-klaarmaaltijden
  • Verse producten
  • Alcoholische dranken
  • Frisdranken (Soft drinks)
  • Algemene supermarkten en hypermarkten (type Delhaize, Carrefour, enz.)
  • Hard-discount supermarkten (type Aldi of Lidl)
  • Discountwinkels (voornamelijk non-food)
  • Gespecialiseerde detailhandelaren in voeding of dranken
  • Winkels voor elektro, ijzerwaren, doe-het-zelf
  • Winkels voor verzorging en farma
  • Mode- en kledingwinkels
  • Cosmetica- of juwelierszaken
  • Winkels voor vrijetijdsbesteding, sport, spellen en speelgoed
  • Winkels voor dieren- en tuinproducten

De betrokkenheid van de consumenten wordt per productcategorie opgetekend aan de hand van 4 opties: hoofdbeslisser, medebeslisser, gebruiker zonder beslissingsbevoegdheid en niet-gebruiker. Dit maakt het mogelijk om 'in-market' individuen te identificeren en diepgaand te bestuderen via de Pulsar-database.